Architectonisch ontwerper Wilma Hiemstra legt uit waarom de molens in het Land van Wijk & Wouden zo belangrijk waren, en nog steeds zijn, voor het polderlandschap en de manier waarop we daarvan genieten.

Weids karakter

Het Land van Wijk & Wouden kenmerkt zich door gaaf polderlandschap en een ideale ligging in het groene hart. De open polders hebben er hun weidse karakter behouden en zijn vrijwel niet aangetast door bijvoorbeeld ruilverkaveling of stadsuitbreiding.

Het vlakke landschap

Denk niet dat dit een simpel of saai productielandschap is – vooral gebruikt door boeren – want het tegendeel is waar. Het is eigenlijk opgebouwd uit verschillende historische lagen. Zo is het lage land Nederland eigenlijk het gelaagde land. Die gelaagdheid is helaas niet altijd zomaar zichtbaar en onmiddellijk te snappen. Soms is er meer informatie nodig om het landschap te begrijpen en te waarderen. In veel gevallen kun je informatie terugvinden op bordjes in het landschap, maar een interessantere manier om het landschap te begrijpen is: door de fysieke beleving ervan. En molens zijn het perfecte voorbeeld daarvan.

Natte voeten

Vroeger waren er veel meer molens aanwezig in het polderlandschap. Door de komst van motorisch aangedreven gemalen, die meer capaciteit hadden, raakten veel door wind aangedreven poldermolens in onbruik. Ze werden gesloopt of afgeknot. Dat zie je ook in het Land van Wijk & Wouden: waar ooit drie poldermolens stonden om natte voeten te voorkomen is er nu nog maar één ruïne overgebleven.

Twee molens, één gang

De twee molens op de dijk tussen Weipoort en Gelderswoude vormden samen één molengang. Dat betekent dat ze moesten samenwerken om het hoogteverschil tussen de droogmakerij en de boezem te overbruggen. De meest noordelijke molen was de ondermolen, die pompte het water in de onderboezem. De zuidelijke molen, waarvan alleen de ruïne nu nog bestaat, was de bovenmolen die het water in de bovenboezem pompte.

Het hoogteverschil dat een molen het water kon laten overbruggen was afhankelijk van de grootte van het rad. Was het hoogteverschil hoger dan de hoogte van het rad? Dan waren er meerdere molens nodig. Molens in een twee- of driegang waren heel gebruikelijk. Toen het waterrad plaats maakte voor een vijzel voldeed één molen en werden molengangen overbodig.

Verborgen verhalen

De ruïne van de zuidelijke molen is nu nog heel goed zichtbaar, omringd door bomen en struiken. Er waren vroeger minder hoge bomen – die zouden alleen maar wind vangen voor de molenwieken – maar er was wel wat begroeiing rondom het lagere deel van de molen en de bijgebouwen. De plek van de voormalige ondermolen is minder duidelijk zichtbaar, maar als je goed kijkt naar de structuur van het landschap is de plek wel te herkennen. Zo is de dijk op het punt waar de molen vroeger stond iets verbreed en daar is een verhoging te zien. Als je goed kijkt zie je zelfs delen van de bakstenen fundering! Ook is te zien dat op de plek waar de molen ooit stond de sloten niet op elkaar aansluiten. Vroeger liepen deze waterlopen via de molen, later zijn ze een stukje verlegd. De derde molen, de Steenen Beer, stond niet op de dijk maar meer in het weiland richting Weipoort. Daar is tussen de sloten ook een open plek in het weiland overgebleven.

Genieten in het polderlandschap

De molens zijn ontzettend belangrijk geweest voor de vorming van het landschap en de waterstructuur daarvan. Het zijn ‘verblijfsplekken’ waar je in een rustiger tempo kan genieten van de omgeving. De seizoenen, die meer invloed hebben op de beleving van het polderlandschap dan je in eerste instantie zou denken, ervaar je juist op deze plekken extra goed.