Bijen in het Archeon

Menno onderzoekt hoe het met de bijenstand in het Land van Wijk & Wouden is gesteld. Dat doet hij met een netje en een camera, om bijen uit de lucht te scheppen en ze te onderzoeken. Daarna laat hij ze weer doorvliegen. Hij weet als geen ander de plekjes waar je de meeste kans hebt om bijen te zien.

“In het Land van Wijk & Wouden heb je Park de Bult, maar ook Park Matilo bijvoorbeeld, tussen Roomburg en Meerburg. En natuurgebied het Bentwoud, tussen Zoetermeer en Boskoop. Op het terrein van Archeon zitten ook veel bijensoorten, die nestelen in de middeleeuwse huisjes met hun rieten daken en lemen muurtjes. Het terrein van Heineken is ook erg bijenrijk, maar helaas niet open voor publiek.”

Help de bijen!

De aanwezigheid van bijen is een goede indicator voor een goed leefmilieu en een gezond ecosysteem. Om allerlei redenen hebben bijen het de laatste jaren zwaar: er zijn minder plekjes voor ze, er worden vaker pesticiden gebruikt, en ze hebben vaker last van parasieten.

Wat kan je zelf doen als je de bijen een handje wil helpen? Je kan allereerst zorgen voor voedsel en nestelplekjes. Menno: “Als je meer bijen wilt, moet je het landschap minder strakgeschoren maken en met rust laten, het mag een beetje verwilderen. Je kunt ook zorgen voor meer bloemen, zonnige hellinkjes en natuurlijke oevers. Zet keukenkruiden op het balkon, maai het gras wat minder vaak! En gebruik vooral geen gif of kunstmest.”

Menno onderzoekt de bijenstand. Foto: Ayman Ghoujal.

Bij jou in de tuin

Zelf imker worden, leuk! “Ja, maar dat is niet altijd even handig”, zegt Menno meteen. “De interesse en het enthousiasme vind ik mooi, dat juich ik natuurlijk toe. Maar het houden van bijen heeft ook een keerzijde: de honingbij zoekt naar hetzelfde voedsel als de 360 andere bijensoorten die je in Nederland vindt. De honingbij is de meest voorkomende bij en vooral in de stad ondervinden andere bijensoorten concurrentie van ze. Waar veel honingbijen zijn hebben andere bijensoorten minder voedsel!”

Aan de slag

Menno heeft nog wel wat tips voor de beginnende imker. “Om te weten hoe de bijenstand bij jou in de tuin is, kun je gebruik maken van de EIS-zoekkaart of de veldgids, waar veel soorten in beschreven staan. In je eigen tuin kun je letten op metsel- en behangersbijen en wolbijen. En als je soorten wilt onderscheiden heb je een loep of een microscoop nodig. En een net!”

Het beheer in het Land van Wijk & Wouden

Over de bijenstand specifiek in het Land van Wijk & Wouden is Menno niet alleen positief. “Net als in de rest van Nederland zijn ook hier heel veel soorten in aantal afgenomen sinds de jaren ‘60. Sommige soorten zijn zelfs volledig verdwenen. Zuid-Holland doet het wat dat betreft niet veel beter dan andere provincies.”

Dat betekent niet dat er alleen maar slecht nieuws is. “Het is nog vroeg, maar het lijkt erop dat de wilde bijenstand langzaam opkrabbelt. Dat kan komen door positieve veranderingen in het landschap. Langs de rivieren wordt nu meer natuurontwikkeling gedaan en stukken landbouwgrond worden teruggegeven aan de natuur. Ook specifiek hier, in het Land van Wijk & Wouden, gebeurt veel om bijen te beschermen. De gemeenten, ondernemers en natuurorganisaties werken samen in initiatieven zoals het Bijenlandschap en Groene Klaver, de samenwerking van de  boeren rondom Leiden.”

“Als je soorten wilt onderscheiden heb je een loep nodig!” Foto: Ayman Ghoujal.

De resultaten

Of al dat beheer het gewenste resultaat heeft, weet Menno nog niet. “We houden het scherp in de gaten. In 2015 heb ik een nulmeting gedaan op een aantal locaties waar beheer wordt uitgevoerd. In 2018 ga ik terug om te kijken wat het heeft opgeleverd. Dat vind ik wel spannend, want ik ben er niet van overtuigd dat het nieuwe beheer gelijk effect zal hebben gehad.” Even kijkt Menno zorgelijk: “Een klein stukje berm beheren midden in een groot landbouwareaal waar weinig variatie is in soorten en mest wordt gebruikt, of misschien zelfs nog gif, is niet genoeg.”

“Het is voor het eerst dat ik op deze schaal monitoring doe in de regio, op zoveel verschillende locaties, waarin zoveel partijen betrokken zijn. Dat maakt het een interessant project, maar de variatie maakt het ook moeilijk vergelijken. Het zou goed zijn om de monitoring ook na 2018 voort te zetten.”