De Wildernisse

Duizenden jaren geleden was het gebied achter de kust tot Utrecht een onbegaanbaar moeras, “De Wildernisse”. Het was een zompig geheel, met bosschages van wilg, berk en els. In het midden lag een groot zoetwatermeer, het “Zoetermeerse meer”. Het was niet zo diep, meer een kuil in het landschap. In het meer werd gevist en in de omliggende gebieden woonden boeren die graan teelde en vee lieten grazen. Het meer had dezelfde opvallende, ronde vorm die de Meerpolder nu nog heeft: van mammoeten tot Romeinen, ze hebben er waarschijnlijk allemaal naar gekeken.

Gevaarlijk water

Vanaf de 14e eeuw werd er steeds meer veengrond afgegraven om turf van te maken. Het land werd met sloten drooggemaakt: ideaal voor de inwoners van het gebied, maar ook gevaarlijk. Want nu de grond lager kwam te liggen werd het gevaar op overstroming groter en groter. Daarover lees je meer in het artikel over het overstromingsgevaar en De Waterwolf.

Gedurfde investering

In 1614 bedacht de ambachtsheer van Zoetermeer, Jacob van Wijngaerden, een nogal gedurfd investeringsplan: samen met zijn zakenpartners besloot hij het Zoetermeerse meer droog te leggen! Duizenden mensen hebben gewerkt om een dijk te bouwen, gewapend met een kruiwagen en een schop. Een echte mega-klus. Toen de dijk eenmaal stond werd het meer leeggepompt met behulp van vier – in die tijd – peperdure poldermolens. Zo ontstond de Meerpolder, in de volksmond ook wel “De Meer” genoemd. Om hun land te beschermen tegen de enorme hoeveelheid water die over de dijk gepompt werd hebben veel boeren hun land zelf omkaad. De boeren waren wel gewend aan tijdelijke overstromingen: het gras van de weilanden was in die tijd divers en kon best een tijdje onder water staan. De grassoorten van nu zouden het minder goed doen bij zo’n plens water.

Voordelen van het water

Het water was niet alleen gevaarlijk, maar bood ook voordelen: de scheepvaart gaf een impuls aan de economie in de regio, alles werd vervoerd over het water. Pas rond 1800 zijn een aantal Rijksstraatwegen aan gelegd. Je kunt het ook nu nog zien en voelen: wegen lopen allemaal noord-zuid. Ga je oost-west, dan gaat de weg golven: droge grond zakt in de Meerpolder voortdurend verder weg.

Nieuwe rijkdom

Inpolderen zorgde voor meer inkomsten en meer welvaart. Het nieuwe land kwam in bezit van rijke eigenaren die er landhuizen bouwden, om zo nu en dan de stad te kunnen ontvluchten. Ze verpachtten hun land, of bouwden boerderijen want de vrijgekomen grond was geschikt voor akkerbouw (vooral de oostkant) en veehouderij (de westkant). De toenemende welvaart trok immigranten aan. Ze kwamen uit het zuiden, voornamelijk Belgen, en later ook Hugenoten. Leiden en Haarlem werden overspoeld door nieuwe bewoners; spannend voor de stad, maar vooral een positieve impuls. Want de gloednieuwe Meerpolder trok allerlei soorten mensen aan, van laaggeschoolden tot intellectuelen. En al deze nieuwe mensen vroegen om meer land, voedsel en voorzieningen.

Unieke historie

De Meerpolder is een uniek gebied, een stuk ongerept polderlandschap tussen de dorpen en steden. Het gebied is aantrekkelijk om te wonen, boeren willen er hun bedrijf voeren en milieuorganisaties willen het gebied beschermen of open stellen voor recreanten. De NAM heeft zelfs een tijdje aardolie gewonnen in de Meerpolder, met grote “jaknikkers”. In het landschap kan je de betonnen voetstukken waarop ze stonden nog steeds terugvinden. Maar ondanks alle plannen is de Meerpolder nog altijd wonderlijk weids, en biedt het een kijkje in de geschiedenis van het Land van Wijk & Wouden. Je fietst of wandelt er z├│ duizend jaar terug in de tijd!

Zelf de Meerpolder ontdekken?

Zelf kijken hoe de Wildernisse is veranderd in een weids polderlandschap? Dat kan! Boerenlandpad Steilrandroute komt langs de oostkant van de Meerpolder.