Pompen of watertrappelen

Je wist misschien al dat de polders tussen Leiden, Zoetermeer en Alphen aan den Rijn zijn ontstaan in de Gouden Eeuw, toen de veengronden werden afgegraven om turf van te maken. Er is toen zoveel weggegraven dat het land nu permanent onder water dreigt te lopen: de allesverslindende waterwolf. Vanaf dat moment moest er worden gepompt om het land droog te houden, en dat is tegenwoordig nog steeds zo. Eerst met windmolens, vandaag de dag met moderne gemalen.

Gemaal Palenstein

Gemaal Palenstein, waar Henry werkt, is het belangrijkste gemaal van de Noordplas. Dat is de verzamelnaam van een aantal polders in Benthuizen, Hazerswoude-Dorp en Boskoop en een stukje van Zoetermeer. Het is een groot gebied, van zo’n 4.700 hectare.

Foto: Ayman a Ghoujal

Een stukje historie

De naam Palenstein is ontleend aan het Kasteel Huis te Palenstein, vroeger gelegen op de grond waar nu de wijk Dorp is gebouwd. In 2006 is begonnen met een grootschalig project om Palenstein te hervormen. Dit project omvat onder andere het renoveren of slopen van een aantal flatgebouwen. In het Suske en Wiske-verhaal De razende rentmeester speelt “Huis ten Palenstein” en de geschiedenis van het gebied een belangrijke rol. Hoofdrolspeler is een rentmeester die ooit het kasteel bewoonde. Het verhaal is geschreven in opdracht van de gemeente Zoetermeer.

Iedereen wil wat van het water

“Iedereen in de polder heeft zo z’n eigen behoeftes”, vertelt Henry. “Het grootste deel van wat ik doe is het afstemmen tussen de verschillende partijen. In de zomer willen de boeren dat het water hoog staat en natuurorganisaties willen het juist laag. In de winter is dat precies omgekeerd. Sommige kwekerijen hebben baat bij weinig fluctuatie, voor anderen maakt dat niet zoveel uit. En we zorgen natuurlijk altijd dat het waterpeil niet te laag is, want de bodem mag niet teveel inklinken.”

Foto: Ayman Ghoujal

Slimme motoren

Henry: “In Gemaal Palenstein pompen twee elektromotoren het water uit de grond omhoog. Hoeveel er gepompt wordt regelen wij via een besturingskast, of via de laptop. Tenzij het gemaal verstopt raakt, bijvoorbeeld door afval of riet, draait het gemaal vrijwel automatisch.” Als alles goed gaat, kan Henry naar buiten om het water te controleren; algenbloei, rommel in het water of overstromingen ontdekken hij en zijn collega’s als eerste.

Stop het water!

In geval van nood moeten alle hens aan dek. Het gemaal kan dan op een nood-aggregaat draaien, zodat tijdelijke pompen het werk overnemen. “Er staat een wagen klaar met een pomp, zandzakken en slam dams (rubberen ballonnen die, gevuld met water, als dam functioneren), waarmee we direct naar problemen in het gebied toe gaan. Als een auto te water raakt bijvoorbeeld, dammen we de olievlek af.”

De toekomst van het waterbeheer

“Er valt de laatste jaren meer water in kortere tijd”, vertelt Henry. “En het is een stuk minder voorspelbaar dan vroeger. Daardoor is ons werk belangrijker geworden, het water moet goed worden opgevangen. We zetten vaker “tijdelijke pomp-installaties” in, en in de zomer verversen we vaker. Als water stil staat krijg je namelijk algenbloei en botulisme, dat willen we niet.”

Foto: Martijn van der Nat

Een gevecht

Het steigende water blijft spannend, denkt Henry. “Hoe het zal worden kan ik niet voorspellen. Wij blijven water pompen en moeten ook dijken en duinen verhogen. Daarnaast zorgen we voor plekken waar waterberging kan plaatsvinden, zoals in de Nieuwe Driemanspolder. Het is toch wel een soort gevecht tegen het water. Die droge voeten zijn niet vanzelfsprekend. Als de gemalen niet draaien, staan alle huizen hier onder water!”

 

 

Bekijk ook ons video-interview met Henry, gemaakt op Polderdag 2018: